Op 12 februari gaat in Vancouver de 21e editie van de Olympische Winterspelen van start. Zowel België als Nederland heeft met respectievelijk Kevin Van der Perren en Sven Kramer medaillekandidaten in hun kamp, maar mochten zij dat streefdoel niet halen, dan hebben we dankzij Sega nog altijd Vancouver 2010 achter de hand waarin we zelf op medaillejacht mogen gaan. Verdient deze Olympische game daarom al meteen goud of is hij na het spelen van het podium afgedonderd? Next-Games zocht het met plezier voor je uit.
Vancouver 2010 komt niet echt op het juiste moment in de winkels te liggen. Velen onder ons, inclusief mezelf, zijn die ellendige sneeuw namelijk eventjes kotsbeu. Gelukkig kun je het witte goedje in deze game te lijf gaan vanuit een lekker warme huiskamer, dus dat maakt al heel wat goed.
Winters sfeertje
Bij het opstarten van het spel kwamen al meteen dezelfde kleurtjes (groen, blauw en wit) terug die we eerder zagen in Mario en Sonic op de Olympische Winterspelen, dus het winterse sfeertje was meteen gezet. Eenmaal in het menu kan je kiezen tussen de drie hoofddelen van Vancouver 2010: Training, Olympische Spelen en Challenges. Die eerste heeft natuurlijk geen uitleg nodig dus begin ik mijn betoog met de tweede optie.

Blauw, groen en wit is al wat de klok slaat in Vancouver 2010.
En die valt jammer genoeg een beetje tegen. Je kan kiezen om één event te spelen of er meerdere achter elkaar afwerken, maar het Olympische gevoel is ver zoek. Als je wint, kom je wel op een podium terecht en krijg je de medaille die je verdiend hebt, maar daar stopt het dan ook. Er zijn geen kwalificaties of halve finales; alles speelt zich meteen af in de finale waarbij je dus telkens maar maximaal vier tegenstanders hebt. De uitdaging was veel groter geweest als je eerst eens moeite moest doen om in die finale te geraken en dan nog tot het uiterste moest gaan om een medaille in de wacht te slepen. Dat laatste is trouwens ook niet erg moeilijk; op een paar disciplines na sta je na een paar uurtjes oefenen al snel op dat bovenste schavotje.
Een soort van career mode was dus leuk geweest in deze game, maar dat is niet het enige probleem. Vancouver 2010 telt namelijk ook maar veertien events. Dat klinkt misschien nog vrij veel, ware het niet dat de events helemaal niet gevarieerd zijn. Oké, de Olympische Winterspelen hebben nu eenmaal minder sporten dan hun zomerse broertje, maar moeten we dan echt zeven van de veertien keer van een berg afglijden? De gewone slalom, de grote slalom, de Super-G... tof dat ze er allemaal inzitten, maar er zijn zoveel andere sporten die daardoor niet werden opgenomen en die heel wat meer variatie hadden geboden. Ik denk dan maar aan kunstschaatsen, biathlon, curling, ijshockey en nog veel meer. Je zal nu waarschijnlijk beginnen te denken dat Vancouver 2010 niet de moeite is om in huis te halen, maar dat is toch niet helemaal waar. De Challenge mode, het online gedeelte en de besturing maken het namelijk nog voor een groot deel goed.
Goedmakertjes
Eerst en vooral dus de Challenge mode. Hierin moet je, zoals de titel al doet vermoeden, allerlei challenges aangaan. Standaard uitdagingen als 'finish binnen die tijd' zitten er zoals gewoonlijk weer bij, maar er is ook gezorgd voor net iets leukere challenges. Zo moet je bijvoorbeeld een minimumsnelheid bereiken in een afdaling of een bepaalde score proberen te halen in het bochtenwerk met je bobslee. De verschillende uitdagingen zijn netjes gerangschikt in de vorm van drie bergen die je zo snel mogelijk vol moet krijgen: een makkelijke, een middelmatige en uiteraard een moeilijke. De eerste berg zal je snel gevuld hebben, maar de overige twee vragen toch om enige handigheid wat de speelduur van deze Olympische game beduidend verlengt.

Het schansspringen zorgt gelukkig voor wat afwisseling tussen al de ski- en snowboardafdalingen.
Als tweede is er ook nog het online gedeelte, want tegen echte tegenstanders spelen is toch altijd net dat ietsje leuker dan tegen de artificiële intelligentie van je Xbox. Je kan online kiezen voor een enkel event of je kan je ook meten in een serie van disciplines achter elkaar. Maakt het je niet echt uit wat of tegen wie je gaat spelen, dan kan je snel instappen in een custom game. Op dit moment zijn er jammer genoeg nog niet bijzonder veel spelers online te vinden, dus het kan even duren voor je drie tegenstanders vindt, maar we gaan ervan uit dat dit zeker zal verbeteren als de game wat langer in de winkels ligt.
Het laatste goedmakertje vinden we terug in de besturing van Vancouver 2010. Vroeger stonden Olympische games bekend om hun hoog 'button bash-gehalte', maar daar is nu gelukkig komaf mee gemaakt. Bij bepaalde disciplines zoals bobsleeën of skeleton moet je om te starten nog wel heel even als een zot op de A-knop rammen, maar dat duurt niet langer dan een paar seconden. Daarna kan je in zowat alle disciplines relaxed sturen met de twee triggers of de analoge sticks. Dit bevordert de moeilijkheidsgraad natuurlijk niet echt, maar je kan nu eenmaal niet alles hebben.
Realisme troef
Het enige waar ik het nu nog niet over gehad heb, zijn de graphics en de sounds en daar valt toch ook nog wel het een en ander over te zeggen. De graphics zien er namelijk best goed en (in de mate van het mogelijke) ook realistisch uit. Wanneer je bijvoorbeeld hoge snelheden behaalt op je skilatten, begint de omgeving er ook echt 'wazig' uit te zien. De vlaggetjes die je dan aan de juiste kant moet passeren, zie je daardoor heel wat moeilijker, maar die uitdaging is meer dan welkom. Daarnaast is er ook gedacht aan een first-person camerastandpunt waardoor je precies echt in de helm van je personage zit. De sounds tot slot missen een beetje diepgang. De gekozen deuntjes zijn zeker niet slecht, maar echt veel voegen ze niet toe aan het geheel. Enige vorm van commentaar is spijtig genoeg ook nergens te bespeuren en dat was toch zeker wel een leuke toevoeging geweest.

Als je tegen 100 km/u van de berg scheurt, begint ook de virtuele wereld er wazig uit te zien.
Vancouver 2010 had dus best een dijk van een game kunnen worden, ware het niet dat de Olympic mode zwaar tegenvalt. En laat dat nu net de hoofdmoot van deze game zijn... Het is jammer dat hier niet even langer is over nagedacht, terwijl je uit de rest van het spel net wel kan afleiden dat dit gebeurd is. Gelukkig voor Sega zijn de Olympische Spelen nog lang niet uitgespeeld en krijgen ze binnen twee jaar opnieuw een kans met Londen 2012.
Vancouver 2010 zorgt in de aanloop naar de echte Olympische Spelen voor sneeuwfun in de huiskamer. De Oylmpische modus is jammer genoeg niet om over naar huis te schrijven, maar de Challenge mode en het online gedeelte van de game maken dit ruimschoots goed. De invoering van het first-person camerastandpunt, de realistische omgevingen en het wegvallen van het button bashen zorgen nog eens extra voor positieve puntjes waardoor deze Olympische game toch wel de moeite waard is om in huis te halen.














